TOM CLAASSEN

HOND


Tom Claassens (1964) werk ontstaat als het omvatten van ruimte en het aangeven van tussenruimte. Hij probeert zo snel mogelijk bij de meest archetypische vorm te komen. Door te schrappen, het globaliseren van de vorm, zie je direct dat je met autonome sculptuur te maken hebt en blijft de essentie, een archetypische verschijning, over. Claassen speelt met de basisprincipes van sculptuur: monumentalisme, volume, perspectieven en de huid spelen allemaal een belangrijke rol. Hierdoor worden de beelden solide en robuust, maar tegelijkertijd ook benaderbaar en toegankelijk voor een groot publiek.’